Als je als ondernemer ziek wordt heb je een inkomensprobleem. Er zijn voor zelfstandigen diverse mogelijkheden om het wegvallen van inkomen door ziekte op te vangen, te weten: een eigen voorziening treffen, het aangaan van een arbeidsongeschiktheidsverzekering of aansluiting bij een broodfonds. Wat past bij jou?

Zelf een potje maken

Om wegvallen van inkomsten op te vangen voor korte duur is een maandelijkse inleg op een aparte eigen (spaar)rekening een mogelijkheid. Bepaal zelf de minimale inleg, meer kan altijd. Welke aspecten zijn van belang:

  1. minimum inleg per maand (vereist wel discipline!);
  2. langzame groei eigen ‘fonds’;
  3. altijd beschikbaar, ook bij (tijdelijke) ziekte; en
  4. lage of geen rente voor spaarrekening.

Arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Inkomstenverval vanwege ziekte of ongeval kun je verzekeren bij een  verzekeringsmaatschappij. Je zit dan wel vast aan de voorwaarden. Enige ruimte zit nog in keuzes die je maakt (t.a.v. uitkeringshoogte en het eigen risico). De voor- en nadelen zijn als volgt:

  1. afdekken van risico’s voor langdurige arbeidsongeschiktheid;
  2. hoogte van de premie is afhankelijk van beroep, looptijd, verzekerd inkomen, eigen risico, enz.;
  3. vaak zelf bepalen welk inkomen wordt verzekerd;
  4. looptijd verzekering naar eigen keuze;
  5. premie wordt hoger naarmate je ouder wordt;
  6. premie is aftrekbaar en uitkering fiscaal belast;
  7. houd rekening met uitsluiting door verzekering bij specifieke aandoeningen;
  8. verzekeraar bepaalt of iemand in aanmerking komt voor uitkering;
  9. uitkeringspercentage o.b.v. medische keuring.

Broodfonds

Ook bij een broodfonds heb je met voorwaarden te maken, hoewel deze milder zijn. Alle broodfondsen (landelijk 400) zijn of worden aangesloten bij de landelijke broodfondsalliantie en steunen elkaar. Alleen als het nodig is, komt de alliantie in werking, bijv. als een broodfonds zelf haar eigen zieken niet meer volledig kan steunen. Onderling vertrouwen tussen de deelnemers in de groep is belangrijk, op financiële vlak en bij hulp bij ondernemen, enz.

Belangrijk bij een broodfonds is:

  1. het is een sociaal concept op basis van solidariteit. De deelnemers komen jaarlijks bij elkaar;
  2. het telt min. 20 en max. 50 leden, heeft een reglement en is ingeschreven bij de KvK;
  3. deelnemers maken zelf de afspraken en besturen zichzelf, broodfondsmakers doen de administratie;
  4. acceptatie (geen uitgebreide keuringen) en uitkeren (onbelast) gaat eenvoudiger (één maand eigen risico en geen controle);
  5. eenmalig inschrijfgeld van € 250 en maandelijkse contributie van € 10;
  6. het is goedkoop o.a. door de lage overheadkosten;
  7. de maandelijkse inleg (niet aftrekbaar) op eigen rekening is afhankelijk van een zelf vast te stellen niveau van schenking in geval van ziekte (van € 750 niveau 1 tot € 2.500 niveau 8);
  8. uitkeringen gaan op basis van schenkingen door de leden aan de betrokkene. Er is een korte wachttijd bij ziekte en de uitkering loopt maximaal twee jaar;
  9. als iemand stopt, krijgt hij het saldo van de eigen broodfondsrekening terug. Dit kan lager zijn dan de inleg door uitkeringen/schenkingen;
  10. keert ook uit als de eigen spaarpot nog niet vol zit;
  11. als het totale spaardoel is bereikt en niemand ziek was, wordt op het einde van het jaar het overschot teruggestort.

Combinatie. Denk ook eens aan een combinatie. Bijvoorbeeld voor de eerste twee jaar van arbeidsongeschiktheid zit je in een broodfonds of put je uit een eigen opgebouwde voorziening en tegelijkertijd sluit je een AOV af voor daarna. De premie voor de AOV zal vaak lager zijn omdat de uitkering later kan ingaan.

Sharepeople is een andere mogelijkheid. Het lijkt erg op een broodfonds. Het heeft geen maximale groepsgrootte. Sharepeople werkt, in tegenstelling tot een broodfonds, met een externe Arboarts in geval van ziekte.